Wereldjongerendagen: net de Olympische Spelen, maar dan anders

Vandaag starten in Krakau de Wereldjongerendagen, de grootste bijeenkomst van katholieke jongeren ter wereld. Say no more. Parijs, Rome, Toronto, Keulen en Madrid: vijf keer was ik erbij. Van deelnemer tot vrijwilliger en organisator; ik heb het feest op allerlei manieren meegemaakt. Nog een keer gaan, hoeft niet. En toch blijft het kriebelen.

Wereldjongerendagenin Madrid, 2011 (foto: Annemarie Latour)
Wereldjongerendagenin Madrid, 2011 (foto: Annemarie Latour)

 Voor een prikkie op vakantie

Wist ik veel. In 1997, net student-áf, had ik het niet breed. Voor 600 gulden (een kleine 400 euro anno nu) kon ik twee weken all-in naar Parijs, naar de Wereldjongerendagen. Het evenement zei me niets, maar voor een prikkie op vakantie gaan was aanlokkelijk. Dus ik ging mee in de bus naar Frankrijk.

Onderweg begon het langzaam te dagen dat dit niet zomaar een vakantiereis was. Rozenkransen bidden, catechese en vieringen met jonge nonnen en priesters; het was aan de orde van de dag. Als huis-tuin-en-keukenkatholiek volgde ik het programma van een afstandje, me afvragend waar ik in godsnaam aan was begonnen.

Toen de bus eindeloos verdwaalde op de Périphérique had ik het niet meer. Stop met die Weesgegroeten en vraag gewoon de weg! – riep mijn rationele brein. Maar ik verbeet mijn frustratie en de Moeder Gods verhoorde het vrome geprevel. Uiteindelijk kwamen we wonderwel aan op de plaats van bestemming.

De Périphérique rondom Parijs (foto: dani78)
De Périphérique rondom Parijs (foto: dani78)

Onderweg in de metro

Wat er daarna gebeurde, weet ik niet meer. Alleen dat het geweldig was. Parijs werd overspoeld door honderdduizenden jongeren die overal vandaan kwamen. Uitgedost in fleurige T-shirts en zwaaiend met vlaggen trokken ze vol energie door de stad, op weg naar de programma’s, de concerten en de bijeenkomsten.

Nooit zal ik de Parijse metro vergeten. Wie als forens dacht ongestoord naar het werk te kunnen gaan, kwam van een koude kermis thuis. De metro zat volgestouwd met honderden nationaliteiten en het was nog leuk ook. Er werden liederen gezongen en grappen gemaakt, en zelfs de meest chagrijnige Parijzenaar stapte uit met een kleine glimlach op de lippen. Van mij mochten die ondergrondse ritjes eeuwig duren.

Wereldjongerendagen Parijs 1997
Paus Johannes Paulus II begroet de menigte jongeren in Parijs, 1997

Handjes de lucht in

Toen ik thuiskwam, wist ik het meteen. Bij de volgende editie zou ik vrijwilliger worden, en dat deed ik ook. De Wereldjongerendagen in Rome 2000 waren episch. Paus Johannes Paulus II, die ondanks zijn stramme ledematen samen met twee miljoen jongeren de handjes in de lucht gooide op een veld buiten de Eeuwige Stad: dat vergeet je nooit.


Logistieke nachtmerrie

Twee jaar later volgde de editie in Toronto. Tegen die tijd werkte ik professioneel in het katholieke jongerenwerk en werd ik aangesteld in het Nederlandse organisatieteam. Ruim 600 jongeren werven om mee op reis te gaan was een klus, maar die taak verbleekte bij de logistieke nachtmerrie om voor iedereen een vliegticket richting Canada te vinden.

Toronto was – in mijn ogen – de editie van de gastvrijheid. Niets was te gek voor de Canadezen die de groep Nederlanders ontvingen. Een week lang deed mijn gastouder Corey, die al aardig op leeftijd was, alles voor me. Ze had de logeerkamer knus ingericht, ze bood zichzelf aan als taxichauffeur en kok, en langzaam leerden we elkaars leven kennen.

Die ervaring van vriendschap en gastvrijheid, daar deed ik het voor. Althans, tot dat inzicht kwam ik ter plekke. Toronto was indrukwekkend, de Niagara Watervallen spectaculair en de paus een bonus. Maar mensen zoals Corey raakten direct aan de kern van de Wereldjongerendagen: de ontmoeting met de ander/Ander.

Wereldjongerendagen Toronto 2002
Afsluitende eucharistieviering bij de WJD in Toronto, 2002 (foto: Annemarie Latour)

Duitse snoepjes

Keulen 2005 was een editie die ik niet had gepland. Op een gegeven moment ben je geen jongere meer en moet je afhaken. Maar op het laatste nippertje werd ik gevraagd om bij te springen als vrijwilliger. De keuze was snel gemaakt. Samen met het Nederlandse logistieke team tufte ik in een barrel van een bus richting Duitsland.

Daar waren de dagen gevuld met bloggen en het oplossen van logistieke problemen. Van het inhoudelijke programma kreeg ik niets mee, totdat iemand me vroeg om mee te lopen in de lange voettocht naar het veld waar de openluchtmis met paus Benedictus werd gehouden. Vooruit dan maar, nog één keer.

Onderweg gebeurde het weer, zo’n ogenblik met eeuwigheidswaarde. Dit keer was het een klein Duits jongetje dat zijn snoepjes stond uit te delen aan al die afgepeigerde jongeren die voorbij het huis van zijn ouders sjokten. In de oneindige stroom pelgrims waren daar ineens die onschuldige kinderogen en dat kleine gebaar. Ik zie het nog voor me.

Wereldjongerendagen Keulen 2005
‘s Ochtends vroeg op het WJD-veld bij Keulen, 2005 (foto: Annemarie Latour)

Het houdt maar niet op

Sydney 2008 heb ik – niet zonder spijt – overgeslagen. Je kunt niet eeuwig doorgaan, dacht ik. Die gedachte bleek vergeefs toen de theologische faculteit waar ik destijds voor werkte me in 2011 op pad stuurde naar de editie in Madrid. Muy bien! Samen met een collega ging ik voor de vijfde keer richting de Wereldjongerendagen.

Madrid was vooral bloedheet. Bij veertig graden Celsius in de stad gadgets uitdelen en nieuwe theologiestudenten werven, ging alleen met behulp van ijsjes, liters water en veel schaduw. Maar de kriebels waren er weer. Al die culturen, de gemoedelijke sfeer en de onstuitbare energie; het zijn net de Olympische Spelen, maar dan anders.

Wereldjongerendagen Madrid
Interview tijdens het werven van studenten bij de WJD Madrid, 2011 (foto: Annemarie Latour)

Maar toch…

Sinds die tijd zie ik de Wereldjongerendagen via de televisie voorbij komen, meestal vanaf een vakantie-eiland in de Middellandse Zee. Een jongere ben ik allang niet meer en een hotelbed slaapt stukken gerieflijker dan een dun matje in de buitenlucht. Maar toch.

Het Wereldjongerendagenvirus gaat een leven lang mee, heb ik ontdekt. Dus zeg nooit nooit. En zo’n matje? Ach, die slapeloze nacht onder de sterren neem ik voor lief.

© Annemarie Latour

Noot: Deze blog verschijnt vandaag tevens als opinie-artikel in het Nederlands Dagblad.

Advertisements

One thought on “Wereldjongerendagen: net de Olympische Spelen, maar dan anders”

Please share your comment

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s