Keizerin Maria en de verdwenen abdij van Binderen

Het gebeurt rond het jaar 1230. “O God, ik bin d’r in!” roept keizerin Maria van Brabant verschrikt uit, terwijl ze te paard wegzakt in een Brabants moeras. Ze prevelt een schietgebedje, wordt wonderbaarlijk gered, en bouwt uit dankbaarheid een chique abdij bij de stad Helmond. Er is bijna niets meer van over, behalve een kleine kapel, een verkwanselde poort, en een zusterlijke grafzerk.

paard-in-nood

Zompig moeras

Als je het over fraaie legendes hebt, is dit er één. Maria van Leuven, keizerin van Brabant, neemt deel aan een jachtpartij in de omgeving van de oude stad Helmont – destijds nog met een ‘t’ geschreven. Op een gegeven moment verliest ze het jachtgezelschap uit het oog. Samen met haar page rijdt ze steeds verder het drassige moeras in, totdat het natte veen plotseling onder de paardenhoeven wegzinkt.

Er blijft niets over dan haastig te bidden. “O God, wees mij genadig, verlos mij uit deze nood. O God, ‘k bin d’r in!” Maar ook haar page kan haar niet helpen en langzaam slokt het zompige veen haar op. In uiterste nood doet de keizerin een belofte richting de hemel. Mocht ze gered worden, dan zal ze op diezelfde plek een klooster laten bouwen “voor reine maagden uit adellijk geslacht”. Ze heeft de belofte nog niet uitgesproken, of de grond onder de voeten van het paard wordt weer vast.

Beeld van keizerin Maria van Brabant
Standbeeld van keizerin Maria van Brabant in Helmond-West (foto: Annemarie Latour)

Maagdelijk advies

Belofte maakt schuld, maar het moerasgebied van haar angstige avontuur blijkt niet geschikt voor de bouw van een klooster. Als het al geen paard overeind kan houden, dan zeker geen abdij met bijgebouwen. Maria is echter vastbesloten. Vanuit ‘t Oude Huys – het eerste kasteel van Helmond – staart ze over de velden en landerijen. Er moet iets gebeuren, maar wat? Na enig nadenken sluit ze haar ogen en vraagt ze de Heilige Maagd om advies.

Dan valt haar oog ineens op een stuk land dat bijna helemaal wordt omsloten door de rivier de Aa. In een visioen ziet ze 24 cisterciënzer nonnen, gekleed in een wit habijt en vergezeld door zes jonkvrouwen, langzaam rond het hooggelegen veld lopen. Voor Maria is er geen twijfel mogelijk: dit is de plek van haar klooster.

Zo verrijst er ten noorden van de oude stadswallen van Helmond rond het jaar 1245 een adellijk vrouwenklooster. In de volksmond krijgt het de naam abdij van Binderen, volgens de legende vernoemd naar de legendarisch uitroep van de keizerin “O God, ik bin d’r in!”

De officiële naam van het klooster is een stuk chiquer: de cisterciënzerinnenabdij ‘Sancta Maria de Valle Imperatricis’ ofwel ‘Heilige Maria van de Vallei van de Keizerin’. Chique zijn ook de vrouwen die als non toetreden tot het klooster. Alleen adellijke dames met geld en goederen zijn welkom, en zo verwerft de keizerlijke abdij heel strategisch talloze bezittingen, landerijen en hoeves rondom Helmond.

Het 'Oude Huys' van Helmond
Het ‘Oude Huys’ of eerste kasteel van Helmond, woning van keizerin Maria van Brabant

Miraculeuze bloeddoeken

De zaken lopen nog beter wanneer er in de 16e eeuw een wonder gebeurt in de kloosterkerk. Een priester stoot de kelk om waarin de geconsacreerde miswijn zit. De rode wijn – het bloed van Christus – gutst over het koorkleed dat de priester draagt en over de corporale, het linnen kleed dat het altaar bedekt. Maar hoe het koorkleed en de corporale ook worden gewassen, de ‘bloedvlekken’ verdwijnen niet. Het mirakel trekt vervolgens talloze pelgrims naar de abdij.

Wonder of geen wonder, ondertussen zijn het roerige tijden. In 1566, twee jaar voor het begin van de 80-jarige oorlog, krijgt de abdij de eerste tegenslag. Beeldenstormers nemen geconsacreerde hosties mee uit de kloosterkerk en gooien ze, volgens een oud verhaal, in een gloeiende beddenpan. Meteen kleurt de beddenpan bloedrood. Een dienstmeisje die het voorval ziet, haalt de hosties er weer uit en verbergt ze, om het wonder later in geuren en kleuren aan de abdis van Binderen te vertellen.

Voorbeeld van een bloeddoek (foto: bloedprocessie.wordpress.com)
Voorbeeld van een bloeddoek, in dit geval in Boxtel (foto: bloedprocessie.wordpress.com)

Zusters zijn de pineut

De abdij overleeft de beeldenstorm, maar in de jaren die volgen zijn de zusters opnieuw de pineut. Eerst staan er Staatse huurtroepen voor de abdijpoort om de boel te plunderen. De wonderbare bloeddoeken en de oorkonde waarop het mirakel staat beschreven, gaan verloren, en het is maar de vraag of de zusters zonder kleerscheuren van dit ongewenste bezoek zijn afgekomen. Daarna valt het klooster in 1587 ten prooi aan een grote stadsbrand.

De genadeklap volgt echter na de Vrede van Munster in 1648. Het noordelijke deel van Brabant komt bij de Republiek der Verenigde Nederlanden en dat heeft direct gevolgen voor de katholieke zuiderlingen. Hoewel het katholieke geloof wordt gedoogd, worden kloosters en abdijen ontbonden. Ook Binderen moet eraan geloven. De zusters verlaten gedwongen hun klooster, de bijgebouwen worden gesloopt, en het hoofdgebouw wordt omgebouwd tot een adellijk buitenhuis.

Weer een eeuw later, in 1776, wordt ten slotte ook het buitenhuis afgebroken en het kloosterterrein verkocht aan een zekere Baron van der Brugghen van het nabijgelegen kasteel Croy. Hij laat er een schaapskooi bouwen om zijn schapen in de omringende graslanden te laten grazen. En zo lijkt de abdij van Binderen van de aardbodem verdwenen.

Buitenhuis en voormalige abdij van Binderen in 1765
Buitenhuis en voormalig hoofdgebouw van de abdij van Binderen in 1765

Kapel van Binderen

Of toch niet helemaal? In 1931 gaat de Helmondse pastoor Frenken op onderzoek uit. In het buurtschap Binderen treft hij de oude schaapskooi van de baron aan. Er wordt geld ingezameld om de schaapskooi op te kopen en in te richten als devotiekapel. Zo wordt op 12 oktober 1941 de kapel van Binderen plechtig geopend.

Tijdens en na de oorlogsjaren ’40-’45 trekt het kapelletje veel bezoekers. Vooral in de meimaand – Mariamaand – zijn de Helmondse rozenkransen en rozenhoedjes niet van de lucht. Daar komt op den duur ook nog een eigen broederschap bij plus de nodige processies. Om alle bedevaartgangers een plek te kunnen bieden, wordt er op een veld naast het kapelletje een processieveld ingericht.

De kapel ‘Onze Lieve Vrouw van Binderen, Lelie onder de Doornen’ ligt nog altijd in Helmond. De naam volgt een versregel uit het Bijbelse Hooglied, waarin de bruidegom zegt: “Ja, als een lelie onder de doorns, zo is mijn vriendin onder de meisjes”. Ook het processieveld ligt er nog, hoewel dit geen bedevaartgangers maar alleen nog hongerige konijnen en grazende paarden trekt.

Kapel van Binderen (foto: Annemarie Latour)
Kapel van Binderen (foto: Annemarie Latour)
Kapel van Binderen (interieur)
Interieur van de kapel van Binderen (foto: Annemarie Latour)

Maria die een dansje doet

Het kapelletje doet, zoals te verwachten, landelijk aan. Hoewel de schaapskooi nooit deel uitmaakte van de oude abdij, is de devote sfeer er niet minder om. Aan de houten balken onder het rieten dak hangen rozenkransen in alle soorten en maten. Het zachte schijnsel van kaarsjes verlicht een fraai houten Mariabeeld-met-kind dat tussen de balken is geplaatst.

Het beeld is geïnspireerd op de zegel van de oude abdij en toont Maria ten voeten uit. Haar jurk valt in zwierige plooien, bijna alsof de Moeder Gods een dansje doet. In haar rechterhand houdt zij een wereldbol vast, en op haar linkerarm zit het kindje Jezus.

Van de abdij zelf is weinig over. De grachten van het klooster zijn nog voor een deel intact, en de oudste Helmondse straten die richting de abdij lopen, heten nog altijd Bindersestraat en Binderseind. De weg die vanuit de stad richting de kapel leidt, heet nu toepasselijk Keizerin Marialaan.

Mariabeeld 'Onze Lieve Vrouw van Binderen, Lelie onder de Doornen' (links) en rechts de oude abdijzegel waarop het beeld werd gebaseerd.
Mariabeeld ‘Onze Lieve Vrouw van Binderen, Lelie onder de Doornen’ (links) en rechts de oude abdijzegel waarop het beeld werd gebaseerd.
Rozenkransen in de kapel van Binderen
Rozenkransen aan de balken van de kapel van Binderen (foto: Annemarie Latour)

Verkwanselde abdijpoort

Wie écht een stukje van de oude abdij wil aanraken, kan terecht in Lieshout, zo’n tien kilometer verderop. Daar is de toegangspoort van de abdij in gebruik als toegangspoort tot het voorterrein van de Sint Servaaskerk. Bij Binderen zelf staat een replica van het sierhek van de oude poort.

Hoe de Binderse abdijpoort in Lieshout kwam, is een smakelijk verhaal. Baron van der Brugghen van kasteel Croy, hetzelfde heerschap dat het kloosterterrein in de 18e eeuw kocht, verkwanselde de poort namelijk bij een kaartspel. Hij verloor keer op keer en zette tenslotte zijn pas verworven landgoed Binderen in. Toen verloor hij opnieuw.

Zijn tegenspeler, Johan Jacobus Ribbius uit Lieshout, was echter niet de kwaadste. Goedmoedig schonk hij het gewonnen landgoed terug aan de baron, met uitzondering van de poort. Die wilde hij bewaren ter herinnering aan het duivelse kaartspel. Zo werd de poort steen voor steen in Binderen afgebroken en in Lieshout weer opgebouwd.

Oude abdijpoort van Binderen in Lieshout (foto: flickriver)
Oude abdijpoort van Binderen in Lieshout (foto: flickriver)

Zusterlijke grafzerk

Een ander opmerkelijk restant van de abdij van Binderen is in het kapelletje zelf te vinden. Daar staat een oude grafzerk uit 1633 die uit twee brokken bestaat. Op de zerk zijn twee zussen te zien: Johanna en Levina van Eyll, respectievelijk de laatste abdis en laatste priorin van Binderen.

Toen de abdij werd gesloopt, is de steen waarschijnlijk in drie stukken gebroken. Op één van de brokstukken stond Johanna afgebeeld. Dit stuk steen werd in 1845 bij het Kasteel van Croy aangetroffen en een eeuw later in het kapelletje geplaatst. Daar fietste in 2005 een hovenier uit Deurne langs, die zich realiseerde dat hij thuis iets soortgelijks tegen de muur had staan. Dit bleek het brokstuk te zijn waar Levina op stond. Zo werden de zussen na lange tijd weer herenigd in Binderen.

Het derde brokstuk is nog altijd niet teruggevonden. Maar de wonderen zijn de wereld niet uit, zoals uit bovenstaand verhaal wel blijkt. Wie weet welke sporen van het klooster nog te vinden zijn met een beetje speurwerk. En als we daarbij vast komen te zitten, kan een schietgebedje helpen. Kijk maar eens wat het voor de Brabantse keizerin heeft gedaan.

Grafzerk van Johanna en Levina van Eyll (foto: Annemarie Latour)
Grafzerk van Johanna en Levina van Eyll (foto: Annemarie Latour)

© Annemarie Latour

De kapel van Binderen is dagelijks geopend van 9.00 tot 18.00 uur (’s winters tot 17.00 uur). Devotiebeeldjes en noveenkaarsen met de afbeelding van O.L.V van Binderen zijn verkrijgbaar bij de boerderij naast de kapel (adres: Binderen 1, Helmond).

Advertisements

3 thoughts on “Keizerin Maria en de verdwenen abdij van Binderen”

  1. vorige week overleed onze lieve moeder Odilia.

    vandaag mocht ik het zwierige mooie Maria-beeld erven,

    waarvoor ik de laatste jaren vaak met haar

    samen een kaarsje brandde.

    Jezus mist een half armpje,

    en verbindt zich zo met ons mensen, zijn wij niet alle gebrekkig 🙂

    thuisgekomen lees ik over de afkomst van dit beeld,

    mogelijk is mijn moeder bij de opening van de devotie-kapel

    aanwezig geweest…… kon ik het haar nog maar vragen

    Liked by 1 person

    1. Beste Mia, bedankt dat je deze mooie herinnering aan je moeder hier wilt delen… en wat bijzonder dat je nu ook de achtergrond van het Mariabeeld en de kapel kent. Heel veel sterkte gewenst; dat deze herinnering, samen met het beeld, je troost mag bieden. Heel hartelijke groet, Annemarie

      Like

Please share your comment

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s