De parabel van de kleine jongen en de roos

Er was eens een kleine jongen met een rode roos. Hoe hij aan de roos was gekomen, wist niemand. Maar de kleine jongen en de roos waren één, al sinds de dag dat hij was geboren. Hij koesterde de roos, gaf de bloem op tijd water en rozenmest, en de roos was prachtig. Nooit verwelkte er één bloemblad, en nog nooit had de kleine jongen zich geprikt aan haar dorens.

Kleine jongen en de roos
Kleine jongen en de roos (foto: onbekend)

Op een dag hoorde de koning van het land over de bijzondere roos. Hij gaf opdracht om de kleine jongen en de roos naar het paleis te brengen. Daar aangekomen, overhandigde de kleine jongen de bloempot met de roos aan de koning. De koning keek aandachtig naar de bloem en verklaarde dat hij nog nooit zo’n schitterend exemplaar had gezien.

Vervolgens wierp de koning een blik op de kleine jongen en begon zich zorgen te maken. Kon het kind wel goed voor zo’n bijzondere bloem zorgen? Een diepe denkrimpel verscheen op zijn voorhoofd. Na enig nadenken gaf hij opdracht om de bloem onder een stolp te plaatsen, naast zijn troon. Zo zou de bloem veel beter worden beschermd tegen luis en ongedierte, en zou niemand de roos kunnen stelen.

Ook gaf de koning opdracht aan zijn wachters om de roos onder de stolp te beschermen tegen alle kwaad – hoewel de koning zelf niet precies wist waaruit dat kwaad kon bestaan. Maar hij wilde zijn uiterste best doen om de bloem zo goed mogelijk te bewaren, dus zo gezegd zo gedaan. De wachters sprongen in de houding en keken alert rond naar eventuele vijanden van de roos.

rode roos
Rode roos (foto: Wikimedia Commons / Laitche)

Daarna stuurde de koning de kleine jongen naar huis met de verzekering dat de bloem in veilige handen was. De kleine jongen keek de koning aan met ogen van onschuld en vertrouwen. Hij knikte, keek nog een laatste keer naar de roos onder de stolp, draaide zich om en liep terug naar huis.

Na enkele dagen begon de stralende rode kleur van de roos te verflauwen. De bloemblaadjes begonnen te rimpelen en verdrogen, en de kop van de roos begon te hangen. Verschrikt liet de koning zijn raadgevers komen. Lag het aan het water? Of de rozenmest? Of was de stolp te warm en benauwd?

Maar wat de koning en zijn raadgevers ook bedachten, de roos stond steeds lustelozer onder het glas. De hovelingen die tot dan toe vol bewondering naar de bijzondere bloem waren komen kijken, bleven weg en de troonzaal werd leger en leger. Boos besloot de koning om de bedienden te ontslaan waarvan hij vermoedde dat zij niet goed genoeg voor de bloem hadden gezorgd.

roos in stolp
Roos onder stolp (foto: Forever Rose)

Maar ook dat maakte geen verschil. Dezelfde avond viel het eerste bloemblaadje van de roos af. De volgende dag liet de koning met de moed der wanhoop een proclamatie in het land voorlezen waarin een loot van de roos werd beloofd aan degene die de bloem beter kon maken. Al snel meldde zich een stoet mensen bij het paleis, waarbij iedereen één voor één door de koning werd ontvangen.

Een magiër uit verre oorden was de eerste in de rij. Hij haalde de roos onder de stolp vandaan en bekeek de bloem met een vreemde blik. Maar toen hij de roos vastgreep om deze beter te bestuderen, prikte hij zich aan haar dorens. Boos vervloekte de magiër de roos en zette deze snel terug onder de stolp. Onverrichterzake verliet hij mopperend de troonzaal.

De volgende in de rij was een kwakzalver die beweerde dat het aan de lucht lag. Weer een ander, een wetenschapper, was ervan overtuigd dat het aan de potaarde lag. Een dienstbode droeg als suggestie aan dat het glas van de stolp niet schoon genoeg was en dat iedereen die de roos aanraakte vaker de handen moest wassen. Weer een ander, de hofnar, vond dat de roos niet genoeg complimenten kreeg en leed aan een gebrek aan bewondering.

Ook was er een groepje edellieden dat van mening was dat de roos niet getoond moest worden aan het hele volk, maar alleen aan een klein gezelschap van rechtschapen uitverkorenen. Deze uitverkorenen konden dan aan de anderen vertellen hoe de roos eruit zag en wat haar zo bijzonder maakte.

De lange stoet werd allengs korter en korter, maar geen enkel antwoord bracht de koning de oplossing waarnaar hij zocht. Juist toen de paleiswachten de deur van de troonzaal achter de laatste bezoeker wilden sluiten, stapte er een kleine jongen naar binnen. Zijn ogen waren gevuld met onschuld en vertrouwen.

Langzaam liep hij naar voren en zodra hij de roos onder de stolp zag staan, lichtte zijn kinderlijke gezicht op van vreugde. Zwijgend nam hij de roos onder het glas vandaan en drukte een tedere kus op de treurige bloemknop. De koning hield zijn adem in, deels uit verbazing en deels uit angst dat de fragiele bloemknop in de handen van de kleine jongen zou afbreken.

Op slag leek de bloem te veranderen. De bloemknop richtte zich op en de bloemblaadjes werden opnieuw vol en dieprood van kleur. Alsof dat al niet wonderlijk genoeg was, groeide er terstond een loot aan de roos, waaraan een tweede bloemknop kwam die minstens zo mooi was als de eerste bloem. Voorzichtig plukte de kleine jongen de nieuwe loot af, en gaf hem aan de koning.

Perplex keek de koning van de jongen naar de roos in zijn handen. Opnieuw verscheen er een diepe denkrimpel op zijn voorhoofd. Zijn blik dwaalde van de bloem naar de lege stolp, en terug naar de kleine jongen die voor hem stond met de roos in zijn armen.

Glimlachend draaide de kleine jongen zich om en liep naar huis. Daar koestert hij de roos, geeft de bloem op tijd water en rozenmest, en de roos is prachtig. Nooit verwelkt er één bloemblad, en nog nooit heeft de kleine jongen zich geprikt aan haar dorens.

© Annemarie Latour

Advertisements

Please share your comment

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s