Over een hoempaband en de Ierse winterkoning

Als je niet beter weet, zou je denken dat je in Brabant of Limburg bent. Felgekleurde en verklede dweilorkesten entertainen het publiek in de smalle straten van het vissersplaatsje Dingle. In dit ‘Volendam van Ierland’ is Tweede Kerstdag de dag van een oeroud gebruik dat ‘hunting the wren’ heet; de jacht op de winterkoning.

Wren Day in Dingle
Wren Day in Dingle (foto: Kerrygems.com)

Dood vogeltje

De Ierse hoempavariant is de moderne versie van een folkloristisch gebruik dat er vroeger heel anders uitzag. Buurtschappen op het Ierse platteland trokken er een paar dagen voor Kerstmis op uit om een winterkoninkje te vangen. Door met stokken op de heggen en hagen te slaan, werd de parmantige fladderaar opgejaagd. Eenmaal gevangen was het einde oefening voor de winterkoning.

Het dode vogeltje werd vervolgens aan de top van lange stok gehangen die bovenaan was versierd met linten en hulsttakken. Jongens van het buurtschap, verkleed in oude kleren en met maskers en zwartgemaakte ‘roet’-gezichten, droegen de tak van huis naar huis. Onder het zingen van ‘het lied van de winterkoning’, werd om een muntstuk gevraagd om het vogeltje te begraven. Dat kostte in werkelijkheid natuurlijk geen rode cent, maar het geld werd aan het einde van de dag gebruikt om het dorpsfeest van te betalen.

Opgeknoopte dode vogeltjes. Daar moet je vandaag de dag niet mee aankomen: geen deur die nog voor je zou opengaan. Maar de oude Ieren deden dat wel, want de wraak van de wren boys was zoet. Wie geen penny voor de begrafenis van het vogeltje gaf, liep het risico dat het beest aan het einde van de dag tegenover jouw voordeur werd begraven. Dan had je twaalf maanden gegarandeerd ongeluk.

Wren boys in het verleden (afbeelding rechts: Jack Yeats)
Wren boys in het verleden (afbeelding links: Hall / afbeelding rechts: Jack Yeats)

Kurk met veertjes

Tegenwoordig gaat het er allemaal wat diervriendelijker aan toe. Winterkoninkjes kunnen rond de kerst vrolijk blijven tsjirpen, want als er nog een vogel aan te pas komt, is het er eentje van kurk met veertjes of een exemplaar geknutseld uit karton. De verklede muzikanten van weleer zijn hoempabands in stropakken geworden die van pub naar pub gaan. Nog altijd wordt er geld opgehaald, maar dan voor het goede doel.

Toch blijft het een raar gegeven. Een dood winterkoninkje? Het parmantig beestje speelt in allerlei Keltische sagen een rol. Zo zou het vogeltje het oude jaar symboliseren dat plaats moet maken voor het nieuwe jaar. Daarnaast doet het verhaal de ronde dat de Ierse naam van de winterkoning – dreoilín – (spreek uit als: ‘droe-lien’) etymologisch verwijst naar de druïdes, die de vogel zouden gebruiken voor waarzeggerij. Deze suggesties zijn echter nooit afdoende wetenschappelijk bewezen.

winterkoning
Winterkoning (foto: Wikemedia Commons / Paul Stein)

Heilige in de problemen

Oud is het feest in ieder geval wel – zeg maar gerust oeroud. Dansende en zingende vermomde figuren in de donkerste tijd van het jaar doen vermoeden dat het een gebruik betreft van ver vóór de komst van het christendom. De Kelten of pre-Kelten zullen er ongetwijfeld een bedoeling mee hebben gehad, maar wat dat precies was, blijft vooralsnog een geheim.

In latere christelijke tijden werd daar trouwens handig een mouw aan gepast door te beweren dat het winterkoninkje Sint Stefanus had verraden. Door zijn gekwetter kwam de heilige in de problemen toen hij zich in het struikgewas verborgen hield voor zijn aanvallers. Stefanus werd daardoor als eerste christelijke martelaar gestenigd, en hetzelfde noodlot trof later – terecht, zo vond men – de Ierse winterkoning.

'Wren Day' in het verleden
Vermaak op ‘Wren Day’ in het verleden (foto’s: publiek domein)

Kerstfeest afsluiten

Toch leek Lá an Dreoilín – de jacht op de winterkoning – geen eeuwig leven beschoren. Aan het einde van de vorige eeuw was het gebruik bijna verdwenen, totdat dorpen zoals Dingle dit stuk folklore nieuw leven inbliezen. Vandaar dat hier vandaag het ‘Ierse carnaval’ wordt gevierd: een vrolijke vlucht uit de werkelijkheid en een warme manier om samen het kerstfeest af te sluiten.

Wie dat een keer wil meemaken, kan het beste alvast de keel gaan smeren. Traditioneel zingen de ‘wren boys’ bij iedere tussenstop een versie op de Wren Song. Dit lied van de winterkoning is vooral bekend geworden toen de Ierse folkzanger Liam Clancy het in 1955 op vinyl zette. Oefenen dus en voor je het weet, zing je mee als een winterkoninkje. Dat zal ze leren, die Ierse vogelmeppers.


Wren Song

The wren, the wren, the king of all birds,
St. Stephen’s day was caught in the furze,
Although he is little his honour is great
Jump up, me lads, and give us a treat.

As I was gone to Killenaule
I met a wren upon a wall,
Up with me wattle and knocked him down
And brought him into Carrick town.

Droolin, droolin, where’s your nest?
‘Tis in the bush that I love best
In the tree, the holly tree
Where all the boys do follow me.

Refrein:
Up with the kettle and down with the pan
And give us a penny to bury the wren.

We followed the wren three miles or more
Three miles or more, three miles or more,
Followed the wren three miles or more
At six o’clock in the morning.

I have a little box under me arm,
Under me arm, under me arm,
I have a little box under me arm,
A penny or tuppence will do it no harm.

Missus Clancy’s a very good woman
A very good woman, a very good woman
Missus Clancy’s a very good woman
She gave us a penny to bury the wren.

© Annemarie Latour

Advertisements

Please share your comment

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s