Het Keltische alleluia van Pasen

Pasen valt dit jaar op 5 april. Of niet? Volgens de oude Keltisch-christelijke traditie zat Rome er qua berekening van de paasdatum helemaal naast. De Ierse en Schotse monniken volgden daarom de oude joodse kalender zonder zich van Rome veel aan te trekken. Er moest een kerksynode aan te pas komen om de zaak te beslechten. En toen ook de Engelse koning zich ermee bemoeide, was het gedaan met de Keltische tradities en uiteindelijk zelfs met de Keltische kloosters. Totdat de Keltische spirit muzikaal verrees.

Van Christus is het zaad
(Foto: Joaquin Baldwin)

Eigenwijs is ook wijs

Eén van de kenmerken van het Keltisch christendom is een bepaalde mate van eigenzinnigheid of – met een beter woord – eigenwijsheid. Deze ‘eigen wijsheid’ hadden de Kelten niet voor niets. Door de Romeinen verdreven naar de verre rand van Noordwest-Europa, hadden zij geleerd hun eigen cultuur en waarden te koesteren. Voor je het wist, was het allemaal verdwenen.

De Keltische cultuur kon redelijk ongestoord gedijen in afgelegen landen en streken als Ierland, Schotland en Wales. Lastiger werd het al op het Europese continent, zoals in Bretagne, met de Romeinen als naaste buren. Een mooi maar fictief voorbeeld hiervan is het door de Romeinen omsingelde dorpje van Asterix en Obelix in het uiterste westen van het Keltische Gallië. De Kelten vochten er met hand en tand om staande te blijven.

Ook op de Britse eilanden en in Ierland werd bemoeienis van buitenaf niet gewaardeerd. Daar, aan het uiteinde van de toen bekende wereld, was ‘eigen wijsheid’ een groot goed.  Daar was het leven onvoorspelbaar, onderhevig aan de elementen en geïsoleerd. Daar moest je het zelf zien te redden. Daar golden andere regels en wetten.

Liever een woestijnvader dan een Romein

Geen wonder dat de Keltische monniken meer op hadden met de woestijnvaders – die hun geloof net als zij in verre, onherbergzame gebieden beleefden – dan met de rijkdommen en verfijning van Rome. Net als de woestijnvaders bouwden de Kelten hun hermitages en kloosters op eenzame en afgelegen plaatsen die vandaag de dag nog altijd de naam diseart (‘woestijn’) dragen.

En net zoals de woestijnvaders, volgden de zelfstandige Keltische kloosters de Oosterse berekening van de paasdatum. In navolging van de joden, viel het paasfeest voor hen op de vooravond van de veertiende dag van de joodse maand Nisan – wat niet persé een zondag hoefde te zijn. Dit tot ongenoegen van de Romeinse christenen, die de joodse kalender onbetrouwbaar vonden en zelf de datum wilden bepalen voor het christelijke paasfeest.

Al snel kregen navolgers van de oude, joodse berekening het aan de stok met Rome. De kwestie werd in verschillende synodes in het oosten en westen aangekaart, waaronder het Eerste Concilie van Nicea in het jaar 325. In dit concilie werd bepaald dat de paasdatum uniform moest worden en dat deze officieel werd losgekoppeld van de joodse kalender.

Het Keltische klooster op Skellig Michael
Het Keltische klooster op Skellig Michael (Foto: Annemarie Latour)

Afwijkend volkje

Niet dat het hielp. Ierland, bijvoorbeeld, werd rond het tijdstip van het concilie gekerstend en volgde van meet af aan de oude berekening. Ook de tonsuur van de Keltische monniken week af van die van Rome. Net als bij de druïden, werd het voorhoofd van oor tot oor kaalgeschoren en werd het haar achterop het hoofd lang gedragen. Rome was echter voorstander van de kortere haardracht met kruinschering.

Pas na honderden jaren, en onder dwang, begonnen de Ierse monniken de bepalingen van Rome te accepteren. Keerpunt hierin was de Synode van Whitby die in het jaar 664 in het Angelsaksische koninkrijk Northumbrië werd gehouden. Het werd een battle of power. Het machtige Iers-Schotse klooster van Iona – dat het Britse eiland vanuit het noorden evangeliseerde – stond lijnrecht tegenover de ‘Roomse’ volgelingen van Augustinus van Canterbury – die vanuit het zuiden evangeliseerden.

Rome is ver weg

Uiteindelijk bepaalde de synode dat de Ieren en Schotten zich qua paasdatum en tonsuur moesten conformeren aan Rome . Maar de Keltische monniken lieten zich niet zomaar kisten. Nog zeshonderd jaar lang gingen ze ongestoord hun eigen gang. Rome was immers ver weg, vooral in Ierland waar sowieso geen Romein voet aan land zette, tenzij als koopman.

Pas in de twaalfde eeuw moest ook Ierland aan de kerkelijke bepalingen geloven, toen het land onder het Engelse bewind kwam van Hendrik II. Hendrik was goed bevriend met paus Adrianus IV, dus toen was het gedaan met de zelfstandigheid en ‘eigen wijsheid’ van de Iers-Keltische kloosters. Met politiek-strategische factoren in het spel, moesten de kloosters langzaam maar zeker plaatsmaken voor nieuwe, Roomsgezinde congregaties. Daarmee leek ook de rijkdom van de Keltisch christelijke traditie te zijn verdwenen.

Keltisch hoogkruis
Keltisch hoogkruis (Foto: Annemarie Latour)

Zingende Keltische ‘spirit’

Toch kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Het Keltisch christendom is nooit helemaal verdwenen, al bleef het maar bestaan in een verlangen of een hunkering naar heelheid, schoonheid, authenticiteit en creativiteit. Die Keltische spirit – noem het de Heilige Geest – leeft nog altijd voort, bijvoorbeeld in de schoonheid van Ierse liturgische gezangen.

Wie kent niet de prachtige tekst en melodie van ‘Be Thou My Vision‘ dat in het Nederlands werd vertaald als ‘Wees Gij Mijn Toevlucht’? Het is een lied uit de vroege Ierse monastieke traditie dat al in de zesde (!) eeuw werd gezongen en nu, vijftienhonderd jaar later, nog steeds weerklinkt.

Of denk aan het indrukwekkende ‘Ag Críost an Síól‘ (‘Van Christus is het zaad’), dat de oneindigheid van Gods schepping bezingt zoals alleen een Keltische ziel dat kan doen, met aandacht voor de natuur, de weg van het leven, en de goedheid van Christus:

Van Christus is het zaad, van Christus is het gewas,
in Gods schuur worden we gebracht.
Van Christus is de zee, van Christus zijn de vissen,
Mogen we in Gods netten worden gevangen.

Van geboorte naar volwassenheid, van volwassenheid naar de dood,
Uw twee armen, O Christus, om ons heen.
Van de dood naar het einde, niet het einde maar een wedergeboorte,
Zo m
ogen we in het Paradijs zijn.

Wie de Keltische spirit ook met zich mee draagt is de Ierse priester Liam Lawton. Hij is de componist van nieuwe liturgische muziek zoals ‘The Cloud’s Veil’ dat – behalve in Ierland – bijvoorbeeld ook wordt gezongen in evangelische kringen in Nederland.

Maar het meest bekend onder alle Ierse kerkelijke liederen is waarschijnlijk het ‘Keltisch Alleluia’ van componist Seán Ó Riada. Het lied wordt wereldwijd gebruikt, vooral in katholieke eucharistievieringen. De Keltische spirit is niet stuk te krijgen. Zalig Pasen!

© Annemarie Latour


Wie meer wil weten over het Keltisch christendom verwijs ik graag naar het boek dat ik samen met cultuurtheoloog Frank G. Bosman schreef: Pelgrimage van smaragd.

Advertisements

Please share your comment

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s